Forensische dierenarts

20 november 2016 door Bert De Groef in Geen categorie

Een tijdje geleden werd ik gecontacteerd door collega's van Agriculture Victoria, of ik geïnteresseerd was mee te werken aan een project in 'forensische veeartsenij'. In Australië wonen er 3x meer schapen dan mensen en het is niet ongewoon dat een schapenboer hier een kudde (of 'mob' zoals het hier genoemd wordt) van enkele duizenden schapen heeft. Spijtig genoeg zorgt niet elke boer even goed voor zijn dieren. Vooral in de hetere zomermaanden, wanneer er niet meer voldoende gras voorhanden is, komen er al eens wat schapen te gaan door ondervoeding.

Luchtfoto van een kudde Australische schapen die door een poort in de omheining trekken. (Foto van Scott Bridle)

Luchtfoto van een kudde Australische schapen die door een poort in de omheining trekken. (Foto van Scott Bridle)

Onder de Victoriaanse wetgeving op dierenwelzijn kunnen die boeren vervolgd worden, maar dan moeten de inspecteurs van Agriculture Victoria kunnen bewijzen dat de dieren wel degelijk stierven door ondervoeding. Net daar knelt het schoentje. Wanneer een schaap vrij recent het loodje legde, kan een veearts met redelijke zekerheid zeggen dat het schaap te mager was. Maar de rechtbanken willen steeds meer hardere bewijzen zien dan de 'subjectieve' mening van een veearts. Bijzonder moeilijk wordt het wanneer het schaap al enige tijd dood is. Door inwendige bacteriële activiteit blazen de schapen op, waardoor ze veel dikker lijken dan ze eigenlijk waren. Anderzijds kan een schapenkadaver dat buiten in de hitte ligt snel uitdrogen en/of door vossen of wilde honden aangevreten worden, en dan is het vrijwel onmogelijk om de doodsoorzaak van het schaap te bepalen.

Deze Australische Merinoschapen kunnen (nu nog) genieten van vers, groen gras. (Wikipedia)

Deze Australische Merinoschapen kunnen (nu nog) genieten van vers, groen gras. (Wikipedia)

Het afgelopen jaar onderzochten wij of ondervoeding 'afgelezen' kan worden in het beenmergvet van dode schapen en koeien, in het bijzonder wanneer de beenderen al een tijdje in de hitte gelegen hebben. De simpele, goedkope en dus voor iedereen beschikbare technieken om vet te extraheren uit beenmerg blijken nogal variabele resultaten op te leveren, maar toch kan tot op zekere hoogte aan de hand van de hoeveelheid beenmergvet een uitspraak gedaan worden over de conditie van het dier toen het stierf. Wat mij als bioloog het meest fascineerde, was de verrassende ontdekking dat schapenbeenderen die amper 6 dagen bij 40 graden bewaard werden, vrijwel geen beenmergvet meer bevatten. Maar dat was enkel het geval wanneer de beenderen van magere schapen kwamen; de beenderen van 'gezonde' schapen bevatten nog steeds heel wat beenmerg. Het feit dat het beenmerg van dikke schapen anders reageert op hitte dan dat van magere schapen, betekent vermoedelijk dat de vetzuursamenstelling bij beide groepen dieren verschilt, maar dat moeten we nog verder onderzoeken. Belangrijker voor de 'forensische veearts' is dat precies dit gegeven misschien wel eens een goeie test zou kunnen zijn: verzamel beenderen van de dood gevonden schapen, leg ze enkele dagen in een oven, en als het beenmerg verdwenen is, was het schaap waarschijnlijk ondervoed toen het stierf. Onze voorlopige resultaten verschijnen binnekort in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Veterinary Diagnostic Investigation, maar we hebben alvast een doctoraatstudent aangenomen om dit verder uit te spitten.

Na een langdurige droogte, zoals hier in Wagga Wagga in 2006, blijft er gewoonlijk niet genoeg gras voor het vee over. (Foto: John Schilling)

Na een langdurige droogte, zoals hier in Wagga Wagga in 2006, blijft er gewoonlijk niet genoeg gras voor het vee over. (Foto: John Schilling)

«    |   

Een reactie geven