Het subjectieve van pesten

25 februari 2017 door Beau Oldenburg in Geen categorie

Pesten komt op bijna iedere school wel voor. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat pesten negatieve gevolgen voor alle betrokkenen heeft. Kinderen die gepest worden, voelen zich vaak eenzaam, angstig en depressief. Deze klachten kunnen zelfs als het pesten gestopt is, aanhouden. Ook kinderen die pesten kunnen hier negatieve gevolgen van ervaren. Kinderen pesten meestal omdat ze populair en cool willen zijn. Door te pesten leren zij hun doelen op een verkeerde manier te bereiken. Kinderen die pesten, vertonen op latere leeftijd dan ook vaker crimineel gedrag en hebben vaker last van verslavingen. Ten slotte heeft pesten negatieve gevolgen op de sfeer in de klas waardoor ook kinderen die zelf niet gepest worden zich onveilig kunnen voelen.

 

Wat is pesten eigenlijk?

In de afgelopen jaren is er veel onderzoek naar pesten gedaan. In deze onderzoeken wordt meestal Olweus’ definitie van pesten gebruikt. In deze definitie staan drie elementen centraal: structureel, machtsverschil en bewust. ‘Structureel’ betekent dat pesten niet af en toe maar keer op keer plaatsvindt. Volgens Olweus is er sprake van pesten als het minimaal twee keer per maand gebeurt. ‘Machtsverschil’ houdt in dat de pester fysiek of sociaal sterker is dan het slachtoffer. ‘Bewust’ betekent dat de pester het slachtoffer expres probeert te kwetsen. Volgens Olweus kan pesten zich op verschillende manieren manifesteren. Veel voorkomende vormen van pesten zijn fysiek pesten (slaan of schoppen), verbaal pesten (uitschelden), relationeel pesten (roddelen of buitensluiten), materieel pesten (spullen afpakken of kapot maken) en cyber pesten (pesten via het Internet).

pexels-photo-177707

Het meten van pesten

In de praktijk is het erg lastig om te bepalen of kinderen gepest worden. Pesters gedragen zich vaak strategisch en pesten alleen als zij uit het zicht van volwassenen zijn. Vooral subtiele vormen van pesten zijn voor buitenstaanders moeilijk te detecteren. In wetenschappelijk onderzoek wordt daarom meestal gebruik gemaakt van informanten. Aan verschillende betrokkenen wordt dan gevraagd wie er in de klas gepest worden.

Zelf-rapportages en peer-rapportages worden het vaakst gebruikt. In ‘zelf-rapportages’ geven kinderen over zichzelf aan of ze gepest worden. Een voordeel van deze zelf-rapportages is dat kinderen zelf het beste weten wat er is gebeurt. Een nadeel is dat deze rapportages gekleurd kunnen zijn. Zo komt het voor dat kinderen uit schaamte of angst het pesten verzwijgen. ‘Peer-rapportages’ houdt in dat er aan kinderen in de klas wordt gevraagd wie van hun klasgenoten gepest worden. Peer-rapportages zijn minder gekleurd door angst of schaamte, maar een nadeel van peer-rapportages is dat kinderen mogelijk niet op de hoogte zijn van alle pest episodes omdat zij er zelf niet bij waren.

Als zowel zelf-rapportages als peer-rapportages hetzelfde kind als slachtoffer van pesten aanwijzen dan is het redelijk om aan te nemen dat dit kind echt gepest wordt. Echter, uit ons onderzoek blijkt dat de verschillende soorten informanten het vaak niet met elkaar eens zijn. In ons onderzoek gaven kinderen in vragenlijsten op de computer aan of ze gepest werden. Vervolgens werd er aan hun leerkrachten en klasgenoten gevraagd welke kinderen er in de klas gepest werden. De antwoorden van de kinderen zelf, hun leerkrachten en hun klasgenoten bleken niet overeen te komen. Veel kinderen gaven aan gepest te worden, maar hun leerkrachten en klasgenoten zagen deze kinderen niet als slachtoffers. Slechts een klein deel van de leerlingen die in de vragenlijst had aangegeven gepest te worden, werd door de leerkrachten en klasgenoten genoemd als slachtoffer. In interviews merkte diverse leerkrachten op dat sommige kinderen in hun klas zeiden gepest te worden, maar dat dit niet echt zo was.

 

Wie heeft er gelijk?

Het is lastig vast te stellen wie er gelijk heeft als de rapportages van verschillende informanten niet overeenkomen. Het is mogelijk dat leerkrachten en klasgenoten niet goed weten wie er gepest worden. Dit is zorgelijk omdat leerkrachten en klasgenoten die het pesten niet herkennen het slachtoffer waarschijnlijk ook niet zullen helpen. Het is ook mogelijk dat sommige kinderen rapporteren gepest te worden terwijl dit niet echt zo is. Onderzoek laat echter zien dat kinderen die het gevoel hebben gepest te worden hier ook de negatieve gevolgen van ervaren. Kinderen die ervaren dat ze gepest worden, zijn dus vaker eenzaam, angstig en depressief.

pexels-photo-247314

Een belangrijke implicatie van ons onderzoek is dat pesten een subjectief verschijnsel is. Sommige kinderen ervaren dat ze gepest worden, terwijl hun omgeving dit niet zo ziet. Omdat het bijna onmogelijk is om te bepalen of kinderen ‘echt’ gepest worden, moeten we het idee van ‘echt’ pesten loslaten. In plaats daarvan moeten we pesten meer als een subjectief verschijnsel gaan zien. Het is belangrijk dat kinderen die rapporteren dat ze gepest worden serieus genomen worden want zij ervaren hier de negatieve gevolgen van, ook al hebben hun leerkrachten en klasgenoten het idee dat het allemaal wel meevalt.

«    |   

3 reactie op “Het subjectieve van pesten”

  1. Mieke van Stigt Beantwoorden | Permalink

    Het is mooi dat de ervaring door het slachtoffer serieus genomen wordt. Maar dat betekent niet dat pesten altijd subjectief ís. Ten eerste kan het slachtoffer door eerdere ervaringen zodanig getraumatiseerd zijn, dat een goedbedoelde opmerking verkeerd aankomt. Vervolgens reageren kinderen daar weer op, zodat niet duidelijk is waar het pesten begon. Ten tweede is pesten fundamenteel onderdeel van een (verstoord) groepsproces. Een kind pest niet geïsoleerd, maar weet zich gesteund (óf niet gecorrigeerd) door de groep en de leerkracht. Dat groepsproces draait om definities: van zichzelf als groep, van de populaire kinderen (of volwassenen), en van de slachtoffers. In haar proefschrift liet Suzanne Kuik zien dat het gedrag en uiterlijk van de populaire kinderen in positieve bewoordingen werd gevat, die aansloten bij algemeen aanvaarde maatschappelijke normen. Een populair dik meisje was "helemaal zichzelf", terwijl een gepest dik meisje "lui" was en "het helemaal aan zichzelf te danken had". Vaak wordt gedacht dat het "anders zijn" een oorzaak van het pesten is. Maar dit klopte aantoonbaar niet: het pesten werd gerechtvaardigd door te verwijzen naar "de reden". Uiteindelijk is er bij ieder slachtoffer wel een reden te bedenken, maar belangrijker is het definitieproces van de groep, waarbij het pesten wordt weggeredeneerd naar het slachtoffer als oorzaak.Het is precies dit definitieproces(voortdurende bevestiging in terminologie en roddels) dat maakt dat pesten door veel daders en meelopers (of buitenstaanders) niet als zodanig wordt gezien.
    Het gebruik van de definitie van Olweus is daarom niet handig, de kenmerken staan niet los van elkaar maar houden verband als de symptomen van de ziekte: het pestende groepsproces. Machtsverschil duidt op samenwerking en definitiemacht. Belangrijk is om te weten dat het slachtoffer, in geval van langdurig en structureel pesten, het niet goed kán doen. Heeft hij eindelijk de goede schoenen, dan is hij een "na-aper". Komt hij voor zichzelf op, dan is hij "agressief". In mijn boek Alles over Pesten (Boom 2014) laat ik zien hoe de psychologie, biologie en sociologie van pesten een geïntegreerde visie opleveren, ook ten aanzien van de aanpak van pesten.

  2. Beau Beantwoorden | Permalink

    Beste Mieke,

    Dank voor je reactie.

    "Ten eerste kan het slachtoffer door eerdere ervaringen zodanig getraumatiseerd zijn, dat een goedbedoelde opmerking verkeerd aankomt." -> De percepties komen, los van de oorzaak hiervan, niet overeen. Dat is precies mijn punt. Het kan voorkomen dat het slachtoffer het pesten 'overdrijft', maar het is vrij lastig om dit in de praktijk vast te stellen. Daarnaast maakt het niet uit of het slachtoffer echt gepest wordt of niet, als hij het zo ervaart, heeft hij hier de negatieve gevolgen van.

    Dit geldt ook voor je tweede argument: kinderen zien klasgenoten die gepest worden vaak niet als slachtoffer. Dit is precies het probleem en er zijn inderdaad diverse redenen te bedenken waarom dit zo is.

    Omdat deze twee verklaringen in de praktijk heel moeilijk uit elkaar te halen zijn, is het beter pesten als een subjectief verschijnsel te beschouwen en de kinderen die zeggen gepest te worden serieus te nemen.

  3. Mieke van Stigt Beantwoorden | Permalink

    Beste Beau, we zijn het helemaal eens dat de perceptie van het slachtoffer serieus genomen moet worden. In het eerste geval (een slachtoffer dat vanuit zijn pijn uit het verleden heftig reageert) is dit vrij goed op te vangen door de bedoelingen van de dader erbij te halen. Als iemand onbedoeld een ander kwetst dan is een excuus op zijn plaats, en houdt daarna het door het slachtoffer ongewenste gedrag ook op. Toch is het belangrijk om dit mechanisme te herkennen en een voormalig pestslachtoffer, bijvoorbeeld in een nieuwe klas of op een nieuwe school te begeleiden. Vertrouwen moet opgebouwd worden, en als de goedbedoelende groep begrijpt wat iemand heeft meegemaakt, dan is dat proces ook mogelijk. In mijn boek beschrijf ik hoe (en waarom) "onnatuurlijk" een schoolklas als sociale omgeving is en hoe essentieel daarom de rol van de leerkracht en het team als geheel.
    Dan het tweede scenario: het slachtoffer wordt inderdaad gepest. De eerste reactie bij pesten is in zeer veel gevallen ontkenning: dit was een geintje, daar moet je tegen kunnen. De tweede reactie is beschuldiging: het slachtoffer is niet weerbaar genoeg, heeft flaporen, is dik, gedraagt zich als een mietje, enzovoorts. De mechanismen om het pesten te ontkennen en het slachtoffer te beschuldigen zijn zo sterk (niet alleen in de klas, maar ook door de school) dat vele ouders met de handen in het haar zitten, en hun kind thuis houden of naar een andere school sturen. Het is belangrijk om te weten hoe dit proces van ontkenning en beschuldiging deel uitmaakt van pesten als proces van sociale uitsluiting. Een pleidooi voor het altijd serieus nemen van de gevoelens van het slachtoffer is heel sympathiek, maar tegelijkertijd tegen de achtergrond van dit proces nauwelijks realistisch. Scholen en leerkrachten zetten nog altijd de hakken in het zand bij beschuldigingen en klachten, kiezen "zelf" voor een protocol of programma, lang niet altijd goedgekeurd, en doen er alles aan om elk "incident" tot persoonlijk probleem van het slachtoffer te maken. Daders worden vrijwel nooit naar een weerbaarheidstraining gestuurd, slachtoffers wel. Daders verdwijnen vrijwel nooit van school, daders wel.
    Nogmaals, het pleidooi om pestslachtoffers altijd serieus te nemen ondersteun ik van ganser harte, de praktijk is echter anders en het is mijns inziens van essentieel belang om daarvan de onderliggende mechanismen te onderkennen.
    met hartelijke groet!

Een reactie geven