Het Fromelles Project


Hoe genetische genealogie alsnog een naam geeft aan onbekende soldaten uit WO I.

De auteur is omwille van zijn genetisch genealogisch onderzoek genomineerd voor de EOS pipet prijs 2015. Om hem te steunen kunt u stemmen op Maarten Larmuseau via deze link!

Fromelles is een klein rustig dorpje in Nord-Pas-de-Calais te Frankrijk, dicht tegen de grens met België. Tijdens WO I op 19 en 20 juli 1916 woedde op deze plaats een hevig gevecht dat vandaag nog omschreven staat als de “ergste 24 uur in de gehele Australische geschiedenis”. De geallieerden vielen toen als afleidingsmanoeuvre de vijand aan, dit om zo veel Duitsers als mogelijk weg te houden van de zware gevechten aan de Somme, zo’n 80 km ten zuiden van Fromelles. De Duitsers hadden echter goed geanticipeerd op de aanval en zonder het voordeel van de verrassing kwam het tot een ware slachtpartij onder de geallieerden zonder enige terreinwinst. Zo zijn er door de aanval circa 5500 Australische en 1500 Britse soldaten gesneuveld, gekwetst of vermist, en dit tegenover 2000 Duitse soldaten. De meeste geallieerde gesneuvelden vielen aan de Duitse zijde van het front. Hierdoor waren er nog een duizendtal Australiërs vermist in 1920, het jaar waarin de zoektocht naar lichamen werd stopgezet. Van de vermiste soldaten was enkel gekend dat ze gesneuveld waren aangezien hun naamplaatjes en persoonlijke bezittingen door de Duitsers aan de families doorgegeven waren via het Rode Kruis. Door de grote omvang van het verlies tijdens de ramp werden de vermisten echter niet vergeten  – vooral onder de bevolking van Australië – en werd er blijvend onderzoek gevoerd naar de omstandigheden waarin zij in Fromelles om het leven waren gekomen. Fromelles1 Foto 1: De ‘Fromelles (Pheasant Wood) Military Cementary’ met op de achtergrond de parochiekerk van Fromelles (Nord-Pas-de-Calais, Frankrijk) (Copyright: Wikimedia Commons).

De zoektocht naar de lichamen van de gesneuvelden bereikte uiteindelijk pas na bijna 100 jaar een grote doorbraak. In 2002 startte schoolleraar en amateurhistoricus Lambis Englezos uit Melbourne een eigen onderzoek naar de Australische vermiste WO I-soldaten. Daarbij vond hij documenten in de archieven van het Duitse leger en van het Rode Kruis waarin gesuggereerd werd dat er soldaten begraven waren in een site genaamd ‘Bois de Faisan” - of door de Britten en Australiërs “Pheasant Wood” genoemd – dat net buiten het centrum van Fromelles ligt. Het kostte echter nog jaren tijd en moeite om voldoende bewijzen te vinden en fondsen bij de Australische en Britse overheid te verzamelen om met opgravingen in Pheasant Wood te starten. Na concrete aanwijzingen via luchtfoto’s werd in 2008 een succesvolle proefopgraving uitgevoerd. In mei 2009 startte vervolgens het “Fromelles Project” voor de volledige opgraving van het massagraf.

Vanaf de start van het Fromelles Project was het belangrijkste doel om alle aanwezige lichamen in het massagraf te identificeren. Hierdoor werd bij de opgraving onmiddellijk gebruik gemaakt van een hoogtechnologisch forensisch laboratorium waarin een team van 30 experten werkte waaronder archeologen, antropologen, forensische wetenschappers, radiologen en genetici. Bij de opgravingen werd door het team lichamelijke resten en artefacten gevonden van in totaal 250 soldaten die verspreid lagen over zes sites. Wat het team sterk opviel was hoe geordend de graven waren. De lichamen waren gewikkeld in dekens en werden in twee lagen op elkaar begraven, van elkaar gescheiden door een laagje grond. Dit massagraf geeft hierdoor volgens de onderzoekers indicaties voor het respect dat de Duitsers hadden voor de geallieerde gesneuvelden. Doordat ze de doden hadden begraven nadat ze eerst alle identiteitsplaatjes alsook persoonlijke zaken van de gesneuvelden hadden verwijderd om naar het Rode Kruis te sturen, werd de identificatie van alle gevonden lichamen in het massagraf na 100 jaar echter een huzarenstuk. Het Fromelles Project werd daarom de grootste poging tot nog toe om soldaten in oude massagraven te identificeren met de hulp van DNA-onderzoek en de meest geavanceerde forensische methodes.

De eerste vraag die het team in Fromelles moest oplossen na het opgraven was of er wel genoeg DNA-moleculen in de lichamen aanwezig was nadat ze al bijna 100 jaar begraven lagen. Na de eerste testen bleek de kleigrond van Pheasant Wood echter de goede omstandigheden te vertonen om DNA te bewaren. Uit de tanden en beenderen van de gevonden soldaten kon nog goed analyseerbaar DNA geïsoleerd worden. Uiteraard werden de tanden en beenderen met alle voorzorg behandeld om besmetting met extern DNA tegen te gaan, wat zeer belangrijk is bij de analyse van DNA uit archeologisch materiaal. In een Brits forensisch bedrijf werd vervolgens op basis van het DNA een genetisch profiel opgesteld voor iedere gevonden soldaat om dit daarna met huidig levende verwanten van de soldaat te kunnen koppelen. Het genetische profiel bevat daarom steeds de data van de mitochondriale lijn én de Y-chromosomale lijn om dit te kunnen vergelijken met respectievelijk rechtstreekse maternale en paternale verwanten. De volgende stap was echter de moeilijkste: nog levende verwanten zoeken van de soldaten die reeds een eeuw geleden stierven. Hiervoor werd de hulp ingeschakeld van genealogen om verwanten van Australische vermiste soldaten te vinden via openbare archieven, lokale informatieavonden en aankondigingen in de diverse media. Het resultaat hiervan leverde een genealogische databank van 60.000 verwanten op. Vaak moest men voor sommige vermiste soldaten diep in stambomen duiken om nog verwanten te zoeken, waarbij het record een verwante was die pas in 16de graad familie was met een vermiste. Op basis van de ganse genealogische databank werden DNA-kits uitgestuurd naar in totaal 1800 levende verwanten.

Hoewel DNA essentieel is in het identificatieproces binnen het Fromelles Project, is genetische genealogie echter nooit voldoende om alle lichamen in dergelijke oude massagraven te identificeren. Men kan immers niet altijd levende verwanten in directe vaderlijke én moederlijke lijn terugvinden voor elke vermiste soldaat. En wat te doen met broers die via de mitochondriale en Y-chromosomale profielen niet van elkaar te onderscheiden zijn? Bovendien moet steeds rekening gehouden worden dat juridische verwantschappen tussen soldaten en DNA-donoren niet altijd biologisch bevestigd kan worden door het voorkomen van ongekende adopties, ongelukkige baby-verwisselingen en buitenechtelijke kinderen. Er werd zelfs een hogere frequentie van dergelijke verschillen tussen de biologische en juridische afstamming waargenomen binnen de Australische bevolking dan binnen Vlaamse en andere West-Europese populaties. Voor WO I vonden in Australië immers - vaak voor de beste redenen - veel onofficiële/ongekende adopties plaats waarmee rekening moest gehouden worden bij het genetisch genealogisch onderzoek. Hoe dan ook blijven andere forensische methodes steeds noodzakelijk om de identificatie aan te vullen en te verifiëren. In Fromelles werden hiervoor de meest geavanceerde methodes gebruikt zoals onder meer het opstellen van 3D-beelden van de schedels om deze te vergelijken met oude foto’s van vermiste soldaten, het reconstrueren van de haarkleur van elke soldaat en het gebruik van Röntgenstralen om letsels in beenderen te detecteren die men kan verbinden met gekende medische gegevens van voor WO I. Fromelles2 Figuur 2 Enkele graven van gesneuvelde soldaten te Fromelles die via DNA alsnog een waardige laatste rustplaas kregen op de ‘Fromelles (Pheasant Wood) Military Cementary’ (Copyright: Wikimedia Commons).

Van zodra de lichamen grondig onderzocht waren door het onderzoeksteam, werden alle 250 gevonden soldaten in 2010 met militaire eer begraven op een nieuw opgerichte begraafplaats ‘Fromelles (Pheasant Wood) Military Cementary’, ongeveer 120 meter van het massagraf (Figuur 1-2). Sindsdien vonden er op de begraafplaats reeds verschillende ceremonies plaats, telkens wanneer een reeks soldaten door het forensisch onderzoek waren geïdentificeerd. Tot op heden zijn er 144 graven geïdentificeerd en officieel gehuldigd. Bij deze ceremonies waarbij de namen worden geplaatst op de grafstenen, valt steeds op hoe belangrijk en emotioneel dit is voor de (verre) verwanten van de soldaten, hoewel het gaat om familieleden die reeds een eeuw geleden om het leven kwamen. Voor de vele onderzoekers die betrokken zijn in dit project, zijn deze ontmoetingen met de familie bij de ceremonies bijzonder motiverend om verder te werken aan de identificatie van de overige opgegraven soldaten die vandaag nog onbekend zijn.

Het Fromelles Project toont op overtuigende manier aan hoe genetische genealogie kan bijdragen om onbekende soldaten na een eeuw alsnog een naam te geven. Jammer genoeg is dit project enkel gericht op Australische vermisten zodat nog zoveel andere WO I-soldaten die anoniem gevonden zijn (en zullen worden) in Frankrijk en Vlaanderen nog niet geïdentificeerd kunnen worden via DNA-analyse door het gebrek aan een uitgebreide genetisch genealogische databank voor dit type onderzoek. Hoe dan ook zijn door onze inspanningen in genetische genealogie de laatste jaren de technische mogelijkheden om onbekende soldaten alsnog een naam te kunnen geven sterk toegenomen. Op die manier is het Fromelles Project een voorbeeld geworden voor andere initiatieven om gesneuvelde helden uit WO I een waardig eerbetoon te bieden.

De auteur is omwille van zijn genetisch genomisch onderzoek genomineerd voor de EOS pipet prijs 2015. Om hem te steunen kunt u stemmen op Maarten Larmuseau via deze link!


Een reactie op “Het Fromelles Project”

  1. Verdonck Walter Beantwoorden | Permalink

    Keep up the good work, ik heb juist mijn stem uitgebracht. :-)

Een reactie geven